Zo maar ’n repetitieavond………….

 

Het inzingen is altijd weer een feest apart bij ons. Tenoren, baritons en bassen bereiken dan zonder hulpmiddelen, hun eigen toonhoogte.

Bij het gezamenlijk inzingen hierna, lijkt het vervolgens wel of er een heel regiment mariniers over de keien dendert, zo eensluidend komen de klanken bij de maatjes het keelgat uit. Zij openen hierbij dit gat zo wijd, dat de dirigent vanaf zijn positie, precies kan zien wat elk van de maatjes die avond gegeten hebben. Bij deze constatering had hij zelf gelijk gegeten en gedronken en kapte de zaak meteen af. De bassen hebben zich door het inzingen op de kaart gezet. Als beloning mochten zij het geleerde in de praktijk brengen bij het lied “al die willen te Kaap’ren varen”. Terwijl de baritons en de tenoren naar de letter van het lied moesten zingen, mochten de bassen zich beperken tot  gebas op de achtergrond, maar wel naar de melodie. Het resultaat was indrukwekkend.  We begonnen gister, na dit inzingen, met medley nr. 2. Het nadeel van een medley was voorheen dat je niet eens de kans kreeg om een lied volledig uit te zingen. Na drie regels…. hup, op naar het volgende lied. En dan weer drie regels, en …..hup, weer naar de volgende. En zo ging het maar door. Vond je het gek dat aan het eind van zo’n vocale marathon geen enkel maatje meer de maat kon houden en puffend en steunend z’n laatste noten uitblies? Van deze potpourri dan, wel te verstaan! Medley 2 heeft nu met dit regime gebroken. Bij deze medley zijn weer coupletten van een lied herkenbaar. Je hoorde de maatjes dan ook opgelucht zingen en op toonhoogte gezamenlijk de finish halen. Gisteravond stond ook weer ons voormalige openingsnummer op de rol, “Mooi is de Vlaardingse Haven”. Waarom dit lied haar status als beginlied heeft verloren is mij onbekend. Ik vermoed, maar hard maken kan ik het niet, dat het veel voorkomend binnenhalen van de netten in dit lied bij enkelen een zodanige krachtsinspanning vergden, dat dit ten koste ging van de inhoudelijke boodschap van dit Geuzenlied.  Langzaam maar toch gestaag stomen we intussen op naar onze volgend aanlegplaats, in Rotterdam, begin maart op de cruiseterminal. Lang, omdat het nog een kleine veertien dagen duurt, aleer we daar voet aan wal zullen zetten, en zaam omdat we geacht worden daar saam, als koor, onze opwachting te maken.

Het woord ‘koor’ is gevallen. Is het je opgevallen dat onze dirigent altijd met het gezicht naar het koor toe staat? Hij draagt daar twee redenen voor aan. In de eerste plaats hoopt hij op deze wijze oogcontact te houden met de maatjes, teneinde hen te bewegen zijn goedbedoelde aanwijzingen op te volgen. En ten tweede heeft dit ook een positief effect op de toehoorders, zo meent hij. Doordat de achterkant van de dirigent en de voorkant van de maatjes die op de eerste rij staan, een sterke gelijkenis vertonen, wordt het publiek niet afgeleid door een contrasterend beeld vlak voor hen. Zo kunnen zij zich optimaal concentreren op hetgeen de maatjes ten gehore brengen.

Nog even terug naar vorige week. Vorige week is ons gebleken dat liednummer en liedtitel nauw met elkaar verweven zijn.Tijdens de repetitie ontstond onderdeks enig rumoer toen deze cohesie ontbrak. Nummer en titel op de rol correspondeerden niet met elkaar! Een rebellie werd nog maar ternauwernood in de kiem gesmoord, en dat alleen maar doordat de discussie tussen de pro-nummers en de pro-titels op een tie uitdraaide, en dat dus de stemmen staakten en het zingen vervolgens werd gestaakt om de gestaakte stemmen te smeren. Na deze smeerbeurt gingen we weer gewoon over tot de orde van de avond. Gisteravond geen rebellie, eensgezindheid was het motto. Sommige liederen haalden een niveau dat voor kort onhaalbaar bleek. Ook het arsenaal aan solisten blijft zich uitbreiden. Kortom, de toekomst ziet er veelbelovend uit. Je zag de maatjes dan ook glimmen gisteravond. Ze gingen er voor en waren trots op hun prestaties. De lat wordt steeds hoger gelegd. Nu maar hopen dat de lat van duurzaam materiaal is gemaakt en dat bij het leggen geen windeieren tevoorschijn komen. Moe, maar voldaan, viel vlak voor tien uur het anker, wat een gefronste blik opleverde van onze Aad, en namen we afscheid met een schoot-aan. Volgende week kunnen we weer aan de bak.

Maatje Henk

 

Geef een reactie